Home

Boeken

Reizen

Opinie

Lekkers

Oudheid

Varia

Contact

Archief

Oudheid

Het mooie vak Oude Geschiedenis is nog steeds een bron voor kostelijke uren in boeken, in tijdschriften en op het internet. Gelukkig kun je tegenwoordig de nodige specialistische tijdschriften via een abonnement bij een universitaire bibliotheek ook ‘online’ lezen. Een willekeurige greep levert o.a. een artikel op over de prijs van slaven in de late Oudheid, of een artikel met de intrigerende titel “What Difference Did Christianity Make?”. Ook boeken zijn er voldoende te koop of te leen. Als je bijvoorbeeld eens wilt weten wat er zich op een ‘gewone’  dag allemaal in een Romeinse Arena afspeelde, dan is daar een intrigerend boekje over van Fik Meijer, getiteld “Gladiatoren: volksvermaak in het Colosseum” – je leert hoe er op zo’n dag een soort van opbouw in wreedheid in het gebodene valt te ontdekken.

Zelf vond ik indertijd de boeken van Frédéric Bastet (o.a. hoogleraar klassieke archeologie in Leiden. en later conservator in het Rijksmuseum van Oudheden aldaar) met zijn “Wandelingen door de Antieke Wereld” vermakelijke lectuur. Hij heeft me met die boeken op diverse aspecten van de Oudheid gewezen, die ik nu nog steeds interessant vind. Hoe gingen 19e eeuwers om met vondsten, gedaan in Athene? Wat valt er nou eigenlijk te zien als je door het paleis van Keizer Augustus op de Palatijn in Rome loopt (alleen maar ‘ouwe zooi’, zou een Rotterdamse vriendin van me zeggen)?

Er blijven onderwerpen waar ik me al jaren in pleeg te verdiepen, en die telkens weer nieuwe inzichten krijgen, gewoon omdat er weer eens wat gevonden wordt waar we als liefhebbers van de Oudheid heel blij mee kunnen zijn. Mijn doctoraalscriptie van destijds (we spreken over 1985, dus 30 jaar geleden) ging over de manier waarop de Romeinen aankeken tegen het verschijnsel ‘homoseksualiteit’  - eigenlijk een wat vreemd onderwerp, omdat ons huidige concept van homoseksualiteit in die tijd helemaal niet bestond.

Binnen dat onderwerp kon niemand om een relatie heen, die zelfs in de Oudheid al veel stof deed opwaaien, namelijk die tussen de de Romeinse Keizer Hadrianus (die leefde van 76-138 na Chr, en die regeerde van 117 tot zijn dood) en de jongen uit het in het op de kust van de Zwarte Zee gelegen land Bithynië, Antinoos.  Ze ontmoetten elkaar in 123 of 124 na Chr, en tot de dood van Antinoos in het jaar 130 bleven ze onafscheidelijk – ondanks het feit dat Hadrianus ook ‘gewoon’ getrouwd was (met Vibia Sabina, een lid van de keizerlijke familie). Dat huwelijk was duidelijk een ‘verstandshuwelijk’, waardoor Hadrianus onder meer gemakkelijker voor de troonopvolging in aanmerking zou komen. Er werden geen kinderen uit geboren, zoveel is zeker.

Wie beelden van Hadrianus ziet, ziet een uiterst viriele Romein. Hij was –bijvoorbeeld- de eerste Keizer die zijn baard liet staan, en stond onder meer bekend om enerzijds zijn liefde voor al wat Grieks was, anderzijds zijn keiharde, in onze ogen barbaarse optreden tegen het opstandige Joodse volk. Baarden waren populairder in Griekenland dan in Italië (ook nu nog, zo is mijn indruk), en Hadrianus maakte dus een statement door zich aldus te laten afbeelden. Antinoos daarentegen wordt vrijwel altijd afgebeeld als een wat gladde jongeman met een volle krullenbos en een slank lichaam. De poses van Antinoos-beelden zijn soms zelfs wat ‘week’  te noemen, hoewel er ook zijn waar de jongen toch echt wat mannelijker overkomt.

De Keizer moet werkelijk dolverliefd zijn geweest op deze jongen, getuige zijn enorme verdriet toen Antinoos onder nooit opgehelderde omstandigheden in de Nijl verdronk, tijdens één van de vele reizen die Hadrianus met zijn entourage ondernam. Hij huilde als een vrouw, zo zegt een tijdgenoot, zag een nieuwe ster aan de hemel aan voor zijn geliefde, verordonneerde de bouw van een complete stad op de plaats waar het ongeval (? of was het moord?) plaats had, en liet overal in zijn immense rijk standbeelden voor Antinoos oprichten. Enkele jaren na de dood van Antinoos trok Hadrianus zich terug in zijn schitterende villa in Tivoli, een kilometer of dertig van Rome. Archeologen zijn nog steeds bezig met opgravingen aldaar, en enkele jaren geleden kwam daarbij - even buiten de muren van de villa – een locatie aan het licht die heel goed de laatste rustplaats van (de as van?) Antinoos geweest zou kunnen zijn, het zogenaamde ‘Antinoeion’. Hier stond wellicht ook de semi-Egyptische obelisk, die door Hadrianus bij Isis-priesters in de stad besteld was om de dood van Antinoos te gedenken, en die –na vele omzwervingen- uiteindelijk bovenop de Monte Pincio in Rome, aan de rand van de Villa Borghese terecht gekomen is.  Ik kan daar nooit lopen zonder dat dat beeld van een rouwende keizer me voor ogen komt – overmand door verdriet door de voortijdige dood van zijn geliefde…


 


 

 
 
 

© Han Borg - Nederland 2015