Home

Boeken

Reizen

Opinie

Lekkers

Oudheid

Varia

Contact

Archief

Reizen

Het cliché onder de reisspreuken aller tijden is: “alle wegen leiden naar Rome”. Nou zal dat voor een Rus of Chinees anders liggen dan voor een West-Europeaan, maar uitgaande van de cultuur van ons eigen continent Europa lijkt me deze spreuk nog steeds waar. In de Middeleeuwen keek men daar wellicht wat genuanceerder tegenaan, en waren Jeruzalem (na de eerste Kruistocht van 1096) en Santiago de Compostella ook zeer geliefde reisdoelen – maar dan vooral uit overweging van geloof en boetedoening. Naar Rome kon je ook om die redenen reizen, maar er waren nog vele andere redenen. Zo waren er de resten van de oude Romeinse cultuur te zien (veel daarvan lag overigens onder een metersdikke laag afval en stof der eeuwen), en was het leven er vaak wat lichtzinniger dan thuis. Een aardig boekje in dit verband (en volgens Amazon nog steeds verkrijgbaar) is het werkje Sultry Climates: Travel and Sex van Ian Littlewood. Het beschrijft de meestal niet expliciet genoemde reden voor velen uit noordelijker streken om –bijvoorbeeld- op Grand Tour te gaan. Italiaanse zeden waren simpelweg een stuk losser dan die van het eigen land, en daardoor kon je er dus veel genot beleven. Iemand als Lord Byron kon daar over meepraten….

Rome was beslist geen uitzondering op deze regel, ook al was het de zetel van de Zedenmeester der Heilige Rooms-Katholieke kerk, de Paus. Ondanks diens meestal halfslachtige pogingen om bijvoorbeeld prostitutie uit te bannen moet het ook in Rome en in andere Italiaanse steden een bandeloos leven zijn geweest. De beruchte grote uitbraak van syfilis in Napels (in 1494) was daar maar één voorbeeld van.

Maar de gemiddelde toerist ging toch ook naar Rome om daar beroemde oudheden te bekijken, kerken te bezoeken en zich te laven aan de cultuur van een land, waar cultuur onlosmakelijk onderdeel uitmaakt van het dagelijks leven. Zelf kwam ik er voor het eerst in 1973, tijdens een Rome-reis die mijn middelbare school voor het eerst voor haar gymnasiumafdeling organiseerde. We vertrokken per trein uit Enschede, stapten in Arnhem over op de Italië-expres naar Milaan, misten daar bijna de aansluiting op de sneltrein naar Rome, maar kwamen uiteindelijk dan toch aan op Stazione Termini, op een warme avond in oktober 1973. Het station zelf maakte al veel indruk: het gebouw was in oorsprong ontworpen en deels gebouwd in de jaren van Mussolini, en moest dan ook de grootheid van het Imperium Romanum en van het fascisme uitdragen. Dat deed het…..

Nooit zal ik mijn eerste indruk vergeten, toen we de warme oktoberavond instapten: het was alsof er een grote moeder klaar stond, die me in haar armen sloot met de woorden: “welkom thuis, jongen!” Vanaf de eerste seconde voelde ik me ook echt thuis in Rome, en ook later raakte ik er nooit de weg kwijt, om maar eens een voorbeeld te noemen van hoe je je ergens ‘goed’ kunt voelen. Het stratenplan van het centrum zat snel in mijn hoofd, de belangrijkste richtpunten waren meestal goed zichtbaar, Rome lag voor mij open. En natuurlijk zagen we tijdens die eerste reis vooral de ‘must see’-objecten en dito plekken. Piazza del Popolo, Piazza Navona, Via Nazionale, Via del Corso, en vele andere straten en pleinen hadden al gauw geen geheimen meer voor ons. Colosseum, Sint Pieter, de Suikertaart (het nationaal monument, dat als een reusachtige typemachine boven Piazza Venezia verrijst), Pantheon, Forum Romanum, Thermen van Caracalla – we zagen het allemaal. Het was een ‘stunning experience’, zo mag ik achteraf wel zeggen.  

Vaak kwam ik er terug, en iedere reis werd er wel weer iets nieuws ontdekt. Soms pakte ik Rome thematisch aan: zoek alle zich in Rome bevindende schilderijen van mijn geliefde schilder Caravaggio in musea en kerken op, zo luidde eens de opdracht. Tijdens andere reizen, als de tijd ontbrak om (veel) meer diepgang te zoeken, werd er altijd wel weer een oud kerkje of een bijzonder palazzo aan de  eindeloze ketting van Romeinse juweeltjes geregen. En sommige zaken keren altijd weer: het Pantheon is er daar één van – deze door keizer Hadrianus opnieuw opgetrokken tempel voor alle goden is en blijft voor mij de kern van deze stad, hoe druk het er tegenwoordig ook is met werkelijk drommen toeristen. Het liefst wandel ik er binnen als het er ’s morgensvroeg net geopend is, loop er even wat rond, en drink dan een kopje espresso op één van de tegenoverliggende terrassen, met slechts de obelisk op Piazza Rotonda als nauwelijks beeldverstorend symbool van de Eeuwige Stad.

Heb ik nog wensen, als het Rome betreft? Zeker: de Santa Sabina heb ik –bijvoorbeeld- nog nooit bezocht, maar vooral zou ik erg graag eens naar Tivoli willen, zo’n 30 kilometer buiten de stad. Daar is de Villa Hadriana, een door mijn ‘held’ keizer Hadrianus rond 130 na Chr. in eclectische stijl gebouwde buitenpaleis. Ik  heb er al drie keer dichtbij gestaan, maar telkens verhinderden diverse omstandigheden een bezoek. De ene keer was de Villa eenvoudigweg dicht, een andere keer lag de voorkeur van het gezelschap bij de Villa d’Este (inderdaad ook prachtig, vanwege de enorme fonteinentuin), een derde keer was Tivoli slechts uitgangspunt voor een weekend Rome met onze dochters…..En Rome zelf? Rome belééf je, de stad sluit zich om je heen, is tegenwoordig niet meer het centrum van de wereld, maar nog wel een bron waar we ons eindeloos aan kunnen laven. Roma amor…


 


 

 
 
 
 

© Han Borg - Nederland 2015